Wetenschap en industrie

De reciproque samenwerking tussen de fundamentele wetenschap en de industrie vormt een complexe, maar uiterst relevante kongsi voor de innovatiekracht van de samenleving, zowel, regionaal, nationaal als globaal.
De grote innovatiekracht van weleer, die voorheen in Nederland van researchafdelingen van grote internationale bedrijven kwam, zoals het wereldberoemde Philips NatLab van Hendrik Casimir, of de research faciliteiten van bijvoorbeeld Shell en Unilever, moet nu vanuit én de academia én de strategische verbindingen in het fundamentele onderzoek tussen academia en industrie gezamenlijk komen. IBM heeft met haar wereldwijde researchdivisie altijd het eigen fundamenteel onderzoek voortgezet. Zelfstandig, maar ook door middel van samenwerkingen met academia, verspreid over de gehele wereld. Bedrijven als Microsoft (met bijvoorbeeld haar Station Q Quantum labs in Delft en Californië) en Google Research voor Artificial Intelligence pakken de trend van industriële research ook weer op. Overal zie je dat de toekomst op dit gebied ligt in strategisch-wetenschappelijke samenwerkingen; die bieden het antwoord op de vraag om het alternatief voor de industriële research- en innovatiekracht van weleer.
Het verschil is dat de relatie met bedrijven in de huidige tijd echter ook meer van levensbelang wordt voor de toekomst van de topexcellente wetenschap - en andersom (vanuit de industrie gezien) geldt precies hetzelfde. De trend internationaal is dat beide kanten (academia en industrie) dichter bij elkaar aan het komen zijn. De kunst is om die verbindingen, c.q. samenwerkingen, goed te organiseren en te besturen met behoud van wederzijdse soevereiniteit, intellectuele eigendom en integriteit van elkaars grondslagen en overtuigingen.

Grote bedrijven kunnen in dit verband dus in het bijzonder worden genoemd als ze een eigen fundamentele researchfaciliteit hebben die hierop aansluit. Maar ook als ze een agenda hebben waartoe de researchactiviteiten van partners in een dergelijk privaat/publiek wetenschappelijk verband kunnen bijdragen. DSM (research into innovative materials) en ASML (met haar Advanced Research Centre Nano Lithography) zijn daar goede voorbeelden van en dat geldt ook voor het computational science programma van Shell met voorheen FOM. Maar over de hele linie geldt dat dergelijke researcharchitecturen nog beperkt zijn. De wetenschap en de industrie moeten in het algemeen wel nog meer gereed worden gemaakt om elkaar op deze weg te vinden en blijvend te kunnen vertrouwen. Enerzijds met - vanzelfsprekende - bescherming van het onafhankelijke fundamenteel onderzoek, en anderzijds door gebruik te maken van mogelijkheden tot onderling aanhaak - van wetenschap en industrie - waar die strategisch, reciproque (lees: met wederzijdse voordelen) en organisatorisch goed passen. Zowel academia als industrie profiteren dan optimaal, maar dat moet je wel opbouwen.

Sillicon Valley is een regio waar dat al geruime tijd bij uitstek op die manier plaatsvindt, vooral op het gebied van digitale technologie, maar in andere wetenschapsdomeinen is het toch nog een noviteit om dergelijke samenwerkingen aan te gaan. Zoiets vraagt ook om een juiste mindset. Maar als je die vindt biedt het meerdere wetenschapsgebieden mogelijkheden tot samenwerken. Dat geldt dan ook voor domeinen die buiten de bèta sciences en de geneeskunde liggen; de rechtswetenschappen en de advocatuur kunnen in dit tijdperk van technologische data-gedreven ontwikkelingen bijvoorbeeld ook samen optrekken bij het verkennen van nieuwe juridische inzichten, waarover nog geen jurisprudentie bestaat. Kennedy Van der Laan in Amsterdam is een technology law firm die zich daar expliciet op richt en de academia hiervoor ook nadrukkelijk opzoekt.

Juist waar het fundamenteel onderzoek en de industrie elkaar ontmoeten - en gaan samenwerken - ontstaan bovendien vaak duurzame relaties, soms wel voor tientallen jaren, die bovendien een enorme economische influx met zich meebrengen voor de regio’s en de landen waarbinnen ze plaatsvinden; science economics heet dat. Californië is een Staat in de VS die er om exact die reden economisch zo goed uitspringt. Maar er zijn mondiaal meerdere voorbeelden van. In Nederland zijn het onder meer samenwerkingen in de regio Eindhoven met de TU/E in het hart, Start-up Delta in Amsterdam en de samenwerking DOME tussen IBM Research in Zwitserland en ASTRON, met een nieuwe radiotelescoop in Zuid-Afrika en Australië als stip op de horizon, was daar ook een goed voorbeeld van. 
In Zwitserland functioneert de relatie tussen ETH en IBM Zürich Research (vier Nobelprijswinnaars, waarvan ervan één ook de Kavliprijs heeft gekregen) ook al jaren op die manier en het leidt steeds opnieuw tot grote stappen in economische en innovatieve ontwikkelingen. Bovendien, de eerste computer, gebaseerd op de Von Neumann architectuur, ontstond in 1952 ook op die manier; uit een publiek-privaat- wetenschappelijke samenwerking tussen het Institute for Advanced Studies in Princeton, the State of New Jersey en de IBM Watson Research labs, na de eerste wetenschappelijke publicatie van John von Neumann hierover al in 1945.

Voor middelgrote en kleinere bedrijven geldt dat zij heel goed kunnen aanhaken op specifieke elementen van langdurige samenwerkingen tussen de grote industriepartijen met topwetenschappelijke instellingen. Zij vormen een zeer bepalend deel van de bijdrage aan de economische ontwikkeling en werkgelegenheid en zijn vaak hoog innovatief. Bij grote publiek-private wetenschappenlijke samenwerkingen kunnen ze meedoen en meekijken. Soms is dat alleen om van te leren, soms om een specifiek onderdeel voor zichzelf te ontwikkelen waar kennis ineens voorhanden komt als een grote industriële partij een samenwerking met een of meerdere wetenschappelijk partners aangaat. Dit laatste kan natuurlijk in verschillende vormen, die je uiteindelijk ook contractueel goed moet formaliseren. Want alle partijen willen dat hun intellectueel eigendom (background IP) beschermd blijft en apriori daarvoor goed gedefinieerd is. Datzelfde geldt voor gezamenlijke nieuwe (foreground) IP. Als dit goed gebeurt biedt dit overheden bij uitstek goede mogelijkheden om hier impulsen aan te geven, c.q. dergelijke samenwerkingen financieel te stimuleren.

IBM
Helmholtz Gemeinschaft
max planck gesellschaft
Humboldt Universität
Radboud universiteit
NWO
University of Twente
NOVA